I&A onderzoekt fysieke belasting bij werkzaamheden in paardenstallen op een manege.

Fysieke belasting bij paardenmanege

Op een paardenmanege worden dagelijks werkzaamheden uitgevoerd die fysiek belastend kunnen zijn voor medewerkers. Met name het handmatig uitmesten van paardenstallen vraagt herhaald tillen, scheppen en duwen. De opdrachtgever heeft I&A BV gevraagd te onderzoeken of deze werkzaamheden leiden tot (mogelijke) fysieke overbelasting en of de huidige werkwijze voldoet aan de eisen op het gebied van arbeidsveiligheid en arbeidshygiëne.

De werksituatie

Op de locatie zijn in totaal veertig stallen aanwezig, waarvan gemiddeld zestig procent dagelijks wordt uitgemest. Dit betekent dat er per dag ongeveer vierentwintig stallen handmatig worden gereinigd met behulp van een hooivork en kruiwagen. De werkzaamheden worden doorgaans uitgevoerd door twee medewerkers, maar bij lagere bezetting komt het ook voor dat één medewerker deze taken alleen uitvoert.

Per medewerker wordt gemiddeld drie uur per dag gewerkt aan het uitmesten van de stallen. Deze werkzaamheden worden afgewisseld met andere taken, zoals het binnen- en buitenzetten van paarden, het begeleiden van paarden naar de stapmolen, het wassen van paarden en het gebruik van voorzieningen zoals de solarium en stapplaat. Binnen de manege werken uitsluitend vrouwen ouder dan achttien jaar. Dit is meegenomen bij de beoordeling van de fysieke belasting en de toegepaste normeringen. Er zijn daarnaast geen medewerkers met bekende medische beperkingen of aangepaste inzetbaarheid en uit interviews en observaties zijn geen directe gezondheidsklachten naar voren gekomen.

I&A-observatie van fysieke belasting in dagelijkse werkzaamheden op een manege.

De aanpak

Het onderzoek is uitgevoerd door middel van interviews met medewerksters en de bedrijfsleidster, gecombineerd met observaties tijdens de werkzaamheden. In de gesprekken zijn de taken, werkwijze en eventuele gezondheidsklachten besproken. Op basis van deze informatie is een taakanalyse opgesteld.

De fysieke belasting is beoordeeld met meerdere erkende beoordelingsmethodes, waaronder de Basisinspectiemodule Fysieke Belasting, de checklist fysieke belasting van TNO, de KIM-methodes voor tillen en duwen (KIM-LHC en KIM-PP) en het Werkhoudingsinstrument van TNO. Voor het bepalen van passende maatregelen is daarnaast de arbocatalogus “Paardenhouderij” van Stigas geraadpleegd, specifiek het onderdeel over handmatig uitmesten van stallen.

Visuele vastlegging voor I&A-onderzoek naar fysieke belasting bij stalwerk.

De bevindingen

Tijdens het onderzoek zijn metingen en wegingen uitgevoerd bij het uitmesten van drie stallen. Bij het leegscheppen van de stallen is sprake van herhaald tillen en dragen van mest. Wanneer één medewerker twaalf stallen uitmest, valt dit binnen een verhoogd risicogebied waarbij de belasting toeneemt. Bij het leegscheppen van vierentwintig stallen door één medewerker wordt een hoog belastingsniveau bereikt, waarbij fysieke overbelasting waarschijnlijk is.

Bij het verplaatsen van de kruiwagen naar de mestopslag is sprake van duwen en trekken. De beoordeling met de KIM-PP methode laat zien dat deze belasting bij zowel twaalf als vierentwintig stallen relatief laag blijft. Wel kan deze belasting bij medewerkers met een verminderde veerkracht alsnog tot klachten leiden.

De conclusie

Het onderzoek laat zien dat met name het leegscheppen van stallen een duidelijk risico vormt voor fysieke overbelasting, vooral wanneer een groot aantal stallen door één medewerker wordt uitgemest. In die situatie is de kans op structurele overbelasting en het ontstaan van klachten aanzienlijk. Het duwen van de kruiwagen levert op zichzelf een beperkt risico op, maar kan in specifieke situaties aanvullende aandacht vragen.

Hoewel er op dit moment geen gezondheidsklachten zijn gemeld, is het risico op langere termijn aanwezig. Preventieve maatregelen zijn daarom noodzakelijk om fysieke belasting te beperken en toekomstige klachten te voorkomen.

De verbetermaatregelen

Om de fysieke belasting te verminderen, wordt geadviseerd om waar mogelijk werkzaamheden (gedeeltelijk) te automatiseren. Bij het leegscheppen van stallen kan herinrichting van de werkplek bijdragen aan een betere werkhouding. Het werken vanuit een rechte houding en het beschikbaar stellen van mestrieken in verschillende lengten helpt om de belasting beter af te stemmen op de medewerker.

Daarnaast is het belangrijk om medewerkers regelmatig voorlichting en instructie te geven over het juiste gebruik van gereedschap en een gezonde werkhouding. Na het doorvoeren van maatregelen dient te worden vastgesteld hoeveel stallen veilig per medewerker kunnen worden uitgemest.

Voor het transport van mest wordt geadviseerd om automatisering te overwegen, bijvoorbeeld door het gebruik van een mestcontainer die mechanisch wordt geleegd. In individuele gevallen kan het nodig zijn om werkzaamheden aan te passen voor medewerkers met een lagere belastbaarheid.

Onderzoekssituatie waarin I&A knelpunten in lichamelijke belasting in kaart brengt.

De evaluatie

Na uitvoering van de verbetermaatregelen is het belangrijk om de effecten te evalueren. Hierbij wordt beoordeeld of de maatregelen daadwerkelijk zijn doorgevoerd, hoe zij in de praktijk functioneren en of de fysieke belasting voldoende is verminderd.

De paardenhouderij kent een hoog personeelsverloop, mede door de fysiek zware aard van het werk. Juist daarom is het van belang dat werkgevers blijven investeren in veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Door structurele evaluatie en aandacht voor fysieke belasting wordt bijgedragen aan duurzame inzetbaarheid van medewerkers en een veilige werkomgeving voor iedereen die op de manege werkzaam is.